Omslag

Tijdschrift februari 2021

Het Tijdschrift Oud-Utrecht van februari 2021 bevat de onderstaande artikelen. Nog geen lid? Losse tijdschriften zijn te bestellen in de webwinkel.

 

Een scheikundelaboratorium op Sonnenborgh als chemisch erfgoed

Armand Heijnen is historicus en publicist. Hij was tot voor kort als redacteur verbonden aan de Universiteit Utrecht.

De Historische Groep van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging kiest jaarlijks een locatie die het predicaat ‘Nationaal Chemisch Erfgoed’ mag dragen. In 2020 werd als derde historische plek museum en sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht aangewezen. Hier bevond zich eind 17e eeuw het ‘Laboratorium chimicum’ van Johann Conrad Barchusen, het oudste scheikundelaboratorium van Nederland waarvan resten bewaard bleven.

 

Opgravingen en vondsten bij het herstel van Utrechts singel

Bettina van Santen is adviseur architectuur en stedenbouw bij Erfgoed van de gemeente Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.

Tientallen jaren is er gewerkt aan het herstel van de singel aan de noord- en westkant van de binnenstad. Het werk omvatte veel meer dan alleen het terugbrengen van water. Het hele singeltracé moest opnieuw worden aangelegd en ingericht. Daarbij is veel archeologisch onderzoek gedaan. De Weerdsingel Westzijde werd al rond de eeuwwisseling heropend, maar het meest ingrijpend was de recente reconstructie van de Catharijnesingel. Juist hier brachten archeologen bekende en minder bekende stukjes Utrechtse geschiedenis boven water.

 

Opkomst en ondergang van de spoorlijn Utrecht-Bilthoven-Zeist

Hans Buiter is historicus en publicist op het gebied van vervoer en toerisme. Hij is verenigingshistoricus van de ANWB.

Nederland telt veel verdwenen spoorlijnen. Eén daarvan is de spoorverbinding Bilthoven-Zeist, een zijlijn zoals er vele zijn geweest. Deze verbinding was van 1901 tot 1972 in gebruik en heeft grote invloed gehad op de stedenbouwkundige ontwikkeling van Zeist. Toen het reizigersvervoer gestaakt werd, raakte de spoorweg in de versukkeling. In Zeist herinnert er nog maar weinig aan. De rails zijn verdwenen en het stationsgebouw heeft plaatsgemaakt voor een appartementengebouw. Slechts het bordje Stationsstraat wijst er nog op dat hier vroeger een station stond.

 

Mariakerkbijbel: een bijzonder handschrift keert terug naar Utrecht

Bart Jaski is conservator handschriften en oude drukken (rariora) bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht (UBU).

Een vrijwel onbekende bijbel uit 1463 is na eeuwen afwezigheid weer 'thuis'. Het handschrift werd in 2020 verworven door de Universiteitsbibliotheek Utrecht, die sinds 1844 de boekencollecties van de middeleeuwse kapittelkerken beheert. De mogelijkheid om daaraan deze 'Mariakerkbijbel' toe te voegen, kon de universiteitsbibliotheek niet laten passeren. De colofon en decoraties laten er geen twijfel over bestaan: het is een echt Utrechts manuscript. Maar het wijkt ook af van andere Utrechtse handschriften en hoe meer je er doorheen bladert, des te meer vragen er rijzen.

De gedigitaliseerde versie van de bijbel

 

Boekbespreking: De Utrechtse Catharinakerk

Llewellyn Bogaers is cultuurhistorica. Zij promoveerde op de verwevenheid van cultuur en religie in katholiek Utrecht, 1300-1600 en is directeur van Levend Verleden Nu.

De Catharinakerk aan de Lange Nieuwstraat kent een grillige geschiedenis. Het voortbestaan van dit middeleeuwse kerkgebouw hing meermaals aan een zijden draad. Deze lotgevallen komen aan bod in het boek De Utrechtse Catharinakerk, waarin meerdere auteurs hun licht laten schijnen op de bouwhistorie, de gebruiksgeschiedenis, het interieur en de kerkmuziek. De kerkgemeenschap komt er echter wat bekaaid vanaf.