Auteursrichtlijnen

Auteursrichtlijnen Jaarboek Oud-Utrecht - november 2020

Kopij

1. De omvang van een artikel is minimaal 3.500 woorden (20.000 tekens incl. spaties) en maximaal 12.000 woorden, exclusief noten. 

2. Lever de tekst aan als Word-bestand (.doc, .docx), zonder speciale opmaakcodes, met eindnoten. 

3. Bij het aanleveren van de tekst vragen wij u onderstaande regels toe te passen.

  • Gebruik zo min mogelijk opmaak. Wel toegestaan zijn cursief en vet. Vermijd witregels zonder kopjes.
  • Geef de tekst een pakkende titel, eventueel met ondertitel, die de lading dekt.
  • Gebruik tussenkopjes (vet) in de tekst en eindig met een conclusie.
  • Volg de spellingregels van het Groene Boekje. Tijdperken, periodes en (kunst)stromingen worden met een kleine letter geschreven, evenals windrichtingen, functies en titels. Gebruik een hoofdletter voor geschiedkundige gebeurtenissen, landen, streken, plaatsen, namen en voor het Rijk, de Staat en de Kerk als instituut. Achter Sint volgt in vrijwel alle gevallen een streepje.
  • De titels van publicaties en kunstwerken worden gecursiveerd. Namen van gebouwen, tentoonstellingen, verenigingen en stromingen niet. Titels van gedichten en van artikelen en verhalen in bundels komen tussen enkelvoudige aanhalingstekens. Ook buitenlandse woorden worden gecursiveerd, tenzij in de Van Dale opgenomen.
  • Zet citaten in de tekst tussen enkelvoudige aanhalingstekens: '...'. Bij blokcitaten worden de aanhalingstekens weggelaten. 
  • Afkortingen in de hoofdtekst dienen te worden vermeden.
  • Gebruik cijfers voor getallen onder de 20, tientallen tot honderd (bijvoorbeeld: dertig, zeventig enz.) en eeuwaanduidingen (bijvoorbeeld: negentiende eeuw) worden uitgeschreven. Gebruik een punt in getallen vanaf 1.000 en een komma in onafgeronde getallen zoals 1,5.

4. De tekst gaat vergezeld van een kort curriculum vitae, een literatuurlijst, afbeeldingen en bijschriften.

 

Literatuurlijst

1. De literatuurlijst wordt voorafgegaan door een lijst van in de noten gebruikte afkortingen voor gebruikte bronnen en archiefbewaarplaatsen.

2. De standaard opzet is: achternaam auteur(s), gevolgd door het jaar van de publicatie, beide vet. Op een nieuwe regel volgt de volledige titel. Indien van een auteur meerdere publicaties uit eenzelfde jaar zijn benut, worden die onderscheiden met de toevoeging a, b, c enz. Bij meer dan twee auteurs wordt alleen de eerste auteur genoemd, gevolgd door 'e.a.'. Gebruik geen &-teken in het geval van twee auteurs, maar het woord ‘en’.

Hierbij moet het volgende onderscheid worden gemaakt:

Boeken:
- voorletters naam auteur, volledige titel cursief, eventueel het aantal delen of het betreffende deel, plaats en jaar van uitgave en eventueel de editie (in superscript). Tussenvoegsels worden vóór de achternaam geplaatst, maar publicaties worden in de literatuurlijst alfabetisch op achternaam gerangschikt.

Avis 1930
J.G. Avis, De directe belastingen in het Sticht Utrecht aan deze zijde van de IJssel, Utrecht 1930.

Bezemer Sellers 2001
V. Bezemer Sellers, Courtly gardens in Holland 1600-1650. The house of Orange and the Hortus Batavus,Amsterdam/Woodbridge 2001. 

Gysseling en Koch 1950
M. Gysseling en A.C.F. Koch, Diplomata Belgica ante Annum Millesimum Centesimum Scripta I, Brussel 1950.

Israel 2001
J.I. Israel, De Republiek 1477-1806, Franeker 20015

Kronenberg 1940
M.E. Kronenberg, Nederlandsche bibliographie van 1500 tot 1540, dl.2, ’s-Gravenhage 1940. 

Valkema Blouw 1998
P. Valkema Blouw, Typographia Batava 1541-1600, Repertorium van boeken gedrukt in Nederland tussen 1541 en 1600, 2 dln., Nieuwkoop 1998. 

Van Kalveen 1987a
C.A. van Kalveen, Amersfoortse rechtsbronnen uit de zestiende eeuw, Zutphen 1987.

Van Kalveen 1987b
C.A. van Kalveen, Kenmerken van de Amersfoortse Patriottenbeweging, z.pl. 1987.

Visser e.a. 1973
J. Visser e.a., Onafhankelijk van Rome, toch katholiek. 250 jaar oud-katholieke geschiedenis, Hilversum 1973.

Boek binnen een specifieke reeks:
- voorletters naam auteur, volledige titel cursief, eventueel het aantal delen, plaats tussen haakjes reeksnaam en deel jaar van uitgave

Brands 1923
G.A. Brands, Tspel van de cristenkercke, Utrecht (Utrechtsche Bijdragen voor Letterkunde en Geschiedenis 17) 1923. 

Catalogi en tentoonstellingscatalogi:
- voorletters naam auteur, volledige titel cursief, (tent.)cat. plaats museum tussen haakjes jaar van uitgave

Bernini e.a. 1985
D. Bernini e.a. (red.), The Age of Caravaggio, tent.cat. New York (The Metropolitan Museum)/Napels (Museo Nazionale di Capodimmonte) 1985.

Steingräber 1983
E. Steingräber (red.), Alte Pinakothek München, cat. München (Alte Pinakothek) 1983.

Proefschrift of scriptie:
- voorletters naam auteur, volledige titel cursief, eventueel het aantal delen, proefschrift universiteit jaar van uitgave

De Vries 2011
T. de Vries, Bouwgeschiedenis van de Maliebaan (1830-1900), masterscriptie Universiteit Utrecht 2011.

Raat 2010
A.J.P. Raat, The life of governor Joan Gideon Loten (1710-1789). A personal history of a Dutch virtuoso, proefschrift Universiteit Leiden 2010.

Weststraete 2000
T. Weststrate, By Symon Moulert, Drucker Ordinaris der Heeren Staten van Zeelandt’. Het bedrijf van Symon Moulert en zijn erfgenamen als drukker-ordinaris van de Staten van Zeeland en als zelfstandig boekverkoper 1597-1646, 2 dln., doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam 2000. 

Artikelen in tijdschriften:
- voorletters naam auteur, volledige titel tussen enkele aanhalingstekens, titel van het tijdschrift cursief nummer jaargang in Arabische cijfers jaartal tussen haakjes aflevering, pagina's.

Mekking 1998
A.J.J. Mekking, ‘Traditie als maatstaf voor vernieuwing in de kerkelijke architectuur van de middeleeuwen. De rol van oud en nieuw in het proces van bevestiging en doorbreking van maatschappelijke structuren’, KNOB Bulletin 97 (1998) 6, 205-223.

Artikelen in periodiek verschijnende reeksen:
Voor Jaarboeken en vergelijkbare series geldt hetzelfde als voor artikelen in tijdschriften, waarbij jaargang en nummer ontbreken.

Hovy 1962
J. Hovy, 'De stedelijke autonomie van Amersfoort in de middeleeuwen', Jaarboek Oud-Utrecht (1962), 27-70.

Artikelen in verzamelbundels enz.:
- voorletters naam auteur, volledige titel tussen enkele aanhalingstekens, in: naam redacteur (of de eerste van meerderen) red. tussen haakjes, titel cursief, plaats en jaar, pagina's.

Dekker 1984
C. Dekker, `De komst van de Norbertijnen in het bisdom Utrecht', in: C.M. Cappon e.a. (red.), Ad fontes. Opstellen aangeboden aan prof. dr. C. van de Kieft ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in de middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, Amsterdam 1984, 167-186.

Krantenartikel:
- voorletters naam auteur, volledige titel tussen enkele aanhalingstekens, titel krant cursief uitgeschreven datum.

Witman 2004
B. Witman, ‘In de schaduw van de nieuwe tijd’, De Volkskrant 7 februari 2004.

Online bronnen:
Een verwijzing naar een online bron bevat de url zonder http(s)://www. tussen vishaken en daarachter tussen haakjes de uitgeschreven geraadpleegde datum waarbij de maand afgekort is genoteerd. 

Van Egmond 2016
M. van Egmond, ‘Mapping early Utrecht printers and publishers: experiences with building a geographical interface’, e-Perimetron 11 (2016) 4, 170-182, <e-perimetron.org/Vol_11_4/VanEgmond.pdf> (28 aug. 2020).

 

Noten

1. De noten dienen als eindnoten in het tekstverwerkingsprogramma te worden opgenomen.

2. Literatuurverwijzingen geschieden volgens literatuurlijst, dus achternaam auteur, jaar van uitgave, bladzijde(n).

Avis 1930, 85.
Van Kalveen 1987a, 14.
Visser e.a. 1973, 71.
Dekker 1984, 172.
Polman (red.) 1952, 512.

3. Voor de verwijzing naar geraadpleegde archiefbronnen graag voor uitgegeven bronnen de gebruikelijke afkortingen toepassen (OSU = Oorkondenboek Sticht Utrecht enz.). 

4. Voor niet uitgegeven archiefbronnen geldt: archiefbewaarplaats in afkorting, archiefnaam in afgekorte vorm, zoals in de archiefinventaris wordt gebruikt, inventarisnummer, eventueel bladzijde- of folio-nummer en recto of verso in superscript en tussen haakjes de uitgeschreven datum waarbij de maand afgekort is genoteerd.

HUA, S. Marie, 214, fol. 34r-35v (3 nov. 1346)
NA, Staten van Holland, 352.
SAKRUH, Stadsbestuur WbD 1300-1810 (1), 5.

5. Plaats puntkomma’s tussen verschillende bronnen in een noot.

Vliet 2002, 151-152; Nissen en Hunink z.j., 36-37; OSU nr. 88.
Van Santen e.a. 2004, 61-69; Ozinga 1929, 145-146.

 

Afbeeldingen, bijschriften, tabellen, grafieken

1. De tekst gaat vergezeld van één of meerder illustraties. 

2. Eventuele rechten die op afbeeldingen berusten worden geregeld door de auteur. De redactie onderneemt daarin zelf geen actie. Indien nodig betaalt de redactie de kosten voor geplaatste afbeeldingen. 

3. Illustraties dienen in een zo vroeg mogelijk stadium te worden aangeleverd bij de redacteur.

4. De aan te leveren illustraties moeten originele (digitale) foto’s of digitale scans zijn. 

5. Illustraties gaan vergezeld van bijschriften en de illustratieverantwoordingen.

6. Digitale illustraties dienen bij voorkeur aangeleverd te worden als TIFF of JPG.

7. Afbeeldingen dienen een resolutie te hebben van minimaal 300 dpi, evenals voldoende pixels om op een redelijk formaat helder afgedrukt te kunnen worden. De maximaal plaatsbare afmetingen van een afbeelding in centimeters is te bepalen door het aantal pixels in breedte en hoogte door 100 te delen. 

8. Kies foto’s zonder onlogische afsnijdingen en storende glans, spiegeling of schaduwen, waarop (als dat de bedoeling is) het object ook daadwerkelijk in zijn geheel te zien is.  

9. De gewenste plaats van de afbeeldingen kan aangegeven worden in de digitale tekst tussen rechte haken [foto 1]. Deze aanduidingen worden in de definitieve proef door de vormgever uit de tekst verwijderd.

10. Houd rekening met een evenwichtige verdeling van de illustraties over de gehele tekst.

11. Tabellen en grafieken worden als illustratie aangeleverd in het programma waarin zij zijn opgemaakt.

 

Bijschriften

1. Bijschriften mogen een inhoudelijke toelichting bevatten; zij mogen dus meer dan een enkele regel beslaan. Een halve pagina bijschrift is echter weer iets te veel van het goede. 

2. Een bijschrift begint met de inhoudelijke toelichting. Daarop volgen de gegevens van het afgebeelde en de illustratieverantwoording.

Kunstwerk:
- kunstenaar, titel cursief, jaartal. Techniek, afmetingen. Collectie naam instituut, plaats, inventaris- of catalogusnummer. Foto maker en/of copyright.

Charles David (graveur), Cornelis Bloemaert (graveur), Abraham Bloemaert (ontwerper), Maria Magdalena, ca. 1625-1637. Gravure op papier, 18,6 x 13,5 cm. Collectie Centraal Museum Utrecht, inv.nr. 6668.

J.N. Landré, Gezicht op de achtergevel van het St.-Maria Magdalenagasthuis aan de Magdalenastraat te Utrecht tijdens de afbraak van het gebouw, 1889. Pen en aquarel op papier, 314 x 125 mm. Collectie Het Utrechts Archief, cat.nr. 38363.

Maurice Denis (1870-1943), Les moines de Beuron, 1904. Collectie Musée départemental Maurice Denis, St.-Germain-en-Laye. Foto RMN-Grand Palais/Benoît Touchard.

Interieur en gebouw:
- Vermeld in het geval van interieurfoto’s of gebouwen niet alleen het jaartal van het ontwerp of de bouw, maar ook het jaar waarin het is gefotografeerd.

Maker onbekend (mogelijk A. Coopman), Ornamentaal snijwerk op de diakenbank zuidzijde in de Doopsgezinde kerk Utrecht1773. Foto auteur, 2019.