Nieuws

Lezing over Kamp Amersfoort

Wie van jullie had iemand in Kamp Amersfoort? Met die vraag opende Edie Brouwer en meteen gingen er een aantal handen omhoog. Een kwart van de bezoekers had een vader of een opa in het kamp. We voelden de anderhalve meter afstand niet meer, wat was er gebeurd met ‘onze’ mensen daar?

Edie Brouwer is gids en vrijwilliger bij Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Zijn lezing paste in de herdenking van 75 jaar bevrijding en was uitgesteld van 22 april naar 23 september 2020. Hij begon zijn verhaal met het schilderij Kaïn en Abel van Lovis Corinth. Waarom doden mensen elkaar, waarom sluiten ze hun medemensen op in kampen?

Toen Duitsland in 1918 de oorlog had verloren, kreeg het zware herstelbetalingen opgelegd. Veel Duitsers voelden zich vernederd en gingen naar extreemrechtse partijen. Hitler sloot zich ook aan en werd de leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). In 1929 brak er een economische crisis uit en Hitlers aanhang groeide. De NSDAP werd de grootste partij en in 1933 werd Hitler rijkskanselier. Zijn politieke tegenstanders werden ondergebracht in concentratiekampen. Het eerste was Dachau en in 1933 werd Theodor Eicke daar commandant. Zijn persoonlijke motto was: Tolerantie is een teken van zwakheid. Kamp Dachau werd een voorbeeldkamp en stond model voor de inrichting van andere concentratiekampen. Daar leerden bewakers hoe zij gevangenen als minderwaardig moesten zien, en overeenkomstig moesten behandelen. 

Kamp Amersfoort

Kamp Amersfoort 1

Het Nederlandse Ministerie van Defensie bouwde in 1939 een militair kamp in de bossen bij Amersfoort. Er kwamen zes houten barakken. In 1940 nam de Wehrmacht het terrein in beslag, eerst voor eigen gebruik en deels voor de manschappen van de Opbouwdienst.
In augustus 1941 nam de SS het kamp in gebruik als gevangenenkamp naar het model van kamp Dachau. In maart 1943 werd het kamp ontruimd, de gevangenen werden overgebracht naar kamp Vught. In deze ‘eerste periode’ zaten er 600 gevangenen, ze werden gestraft en mishandeld. In de tweede periode, van mei 1943 tot april 1945, zaten er 4000 gevangenen. Er zijn zeker 45.000 gevangenen geweest, 35.000 zijn naar werk- of vernietigingskampen overgebracht, 9000 zijn er vrijgekomen en iets minder dan 1000 mensen zijn omgekomen in Kamp Amersfoort. Zij moesten vrezen op transport te gaan naar Duitsland, een aantal van hen werd gefusilleerd. Op 19 april 1945 werd het kamp overgedragen aan het Rode Kruis.

Gevangenen en bewakers

Bij de gevangenen van Kamp Amersfoort waren meer dan 500 Utrechtenaren.
Antonius van Rijn (1912-1945) was een Utrechtse verzetsman, hij schreef in zijn afscheidsbrief: ‘ik heb geen spijt van hetgeen ik heb gedaan’.
John Dons (1915-1942) was ook een Utrechtse verzetsman en een kunstschilder, hij maakte in 1942 een kleurrijk schilderij, kort voor hij werd gefusilleerd. Dat schilderij toont een oer-Nederlands landschap, een bollenveld in de kleuren van de Nederlandse vlag en is overgedragen aan Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Hij kreeg verfspullen van bewaker Willy Engbrocks, een SS-er die als ‘goed’ bekend stond en al veel gevangenen had geholpen.

John Dons Schilderij
Van de slechte bewakers zijn een aantal namen bekend: Joseph Kotälla (1908-1979), Berend Johan Westerveld (1905-?), Willem van der Neut (1919-1983) en Nicolaas van Nieuwenhuijsen (kamparts, 1889-?).

Angst of moed
‘Het is gebeurd, dus het kan weer gebeuren’ is de titel van de lezing. Het is een quote uit het boek ‘Is dit een mens’ (1986) van Primo Levi dat algemeen wordt beschouwd als één van de klassieke getuigenissen over de Jodenvervolging. ‘Is dit een mens’ is een indrukwekkende en huiveringwekkende getuigenis die al zestig jaar tot de top van de wereldliteratuur behoort.
Er waren bange mensen in Kamp Amersfoort. Primo Levi schreef: Je hebt monsters, maar het zijn er te weinig om echt gevaarlijk te worden. Gevaarlijker zijn normale mensen die gewillig aannemen en handelen zonder vragen te stellen. Als mensen slecht worden komt dat vaak door groepsdruk: ze willen de rotklussen niet aan de anderen overlaten. 

Maar er waren ook moedige mensen: Professor J.G.G. Borst en Titus Brandsma.
Een bijzonder verhaal is dat van de 7-jarige Jan Reemst, die briefjes van de gevangenen naar de buitenwereld smokkelde. Zijn vader haalde schillen op in het kamp en hielp met gevaar voor eigen leven gevangenen waar hij kon.
Loes van Overeem was medewerkster van het Rode Kruis en liet zich niet afschrikken door de bewakers. Ze wist het kamp binnen te komen en zorgde dat de gevangenen een betere behandeling kregen, ze werd de witte engel genoemd. Zij was in 1945 de officiële vertegenwoordigster van het Nederlandse Rode Kruis en kreeg het gezag over het kamp, waar toen nog zo’n vijfhonderd gevangenen verbleven. De Rode Kruis-medewerkster was nu officieel Kampcommandante. De toegangsweg naar Nationaal Monument Kamp Amersfoort heeft haar naam gekregen.

Na de oorlog
Er zijn nieuwe Utrechtse gevallenen te melden: Gerard Johan Heshusius (1920-1945), Hieronymus van Schaik (1912-1945), Aart van Triest (weigerachtige agent, 1921-1945), Geert Hemminga (weigerachtige agent, 1923-1945).
Op de vraag of je de slechte mensen zou moeten vergelden of vergeven kwamen verschillende antwoorden. Gerrit Kleinveld (1915-2006) wilde vergelding en Anna Rijper–Ros (1886-1980) koos voor vergeving.
Wat blijft zijn de vier vrijheden van de Amerikaanse president Roosevelt, waarvoor we ons moeten inzetten: Vrijheid van meningsuiting, Vrijheid god te aanbidden op zijn/haar manier, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.
En we blijven herdenken. Iedereen kan naar een rondleiding op Kamp Amersfoort of verder lezen over wat er gebeurd is.

Meer informatie: Website Nationaal Monument Kamp Amersfoort

In de bijlage hieronder staat de hele presentatie.

 

Bijlage(n)