De Gesloten Steen

Nieuws

Heidense heiligdommen

In haar lezing over ‘Heidense Heiligdommen’ op woensdag 27 november vertelde Judith Schuyf over nog zichtbare overblijfselen van een verloren, heidens verleden.

Bij overblijfselen van heidenen denken wij aan grafheuvels en hunebedden. Maar er waren ook veel heilige bomen, bronnen en stenen. Mensen in de prehistorie gaven een hele grote betekenis aan het landschap in hun religieuze beleving. Ze zagen eigenlijk het hele landschap als heilig en dachten dat daarin allerlei bovennatuurlijke wezens voorkwamen die ze te vriend moesten houden. Onze vroege voorouders hadden een onzeker bestaan, ze konden overvallen worden door honger en ziekte en probeerden grip te krijgen op hun dagelijkse bestaan. Ze zouden het landschap zelf niet heilig hebben genoemd, zoals ze zichzelf ook niet als heidenen omschreven. Heilig en heidens zijn er later door het christendom opgeplakt. De archeologie besteedt de laatste jaren meer aandacht aan de religieuze context van stenen of houten of metalen voorwerpen, die bij opgravingen gevonden worden. Er zijn bijvoorbeeld mantelspelden gevonden die als offer in de Rijn zijn gegooid. En in Rijnvliet vlak naast de Strijkviertelplas stond misschien in de late ijzertijd een tempel. Zie de reconstructie van Linda Dielemans en Daan Claessen.

Met de komst van het christendom zijn de meeste cultusplekken verdwenen, vooral in de vroege middeleeuwen, toen Nederland gekerstend werd. Toch zijn hier en daar in het landschap, in kerken, en zelfs op straat, nog overblijfselen te vinden die getuigen van een heidens verleden. En de provincie Utrecht is redelijk goed bedeeld met bewaard gebleven resten, vooral in de vorm van grafheuvels en grote stenen. In Rhenen en bij Dorestad zijn veel resten gevonden die wijzen op religieuze gebruiken. Het bekendste voorbeeld in de stad Utrecht is waarschijnlijk de Gesloten Steen aan de Oude Gracht. Dat is een grote zwerfkei, die daar is neergelegd om beschadiging van de hoek van het gebouw door wagenwielen te voorkomen. Het verhaal gaat dat duivels ’s nachts met de steen knikkerden. Omwonenden kregen genoeg van het hels lawaai en legden, nadat een priester de duivels had verdreven, de kei aan de ketting. 

Bij wat er nu nog over is, kun je denken aan heilige eiken, lapjesbomen, inhuldigingsstenen en ook aan jaarfeesten rond de meiboom en vreugdevuren. Zoals eerder heidense krachten kregen katholieke heiligen een werkterrein om oplossingen te bieden voor dagelijkse problemen. Mensen zoeken nog steeds genezing bij bomen, stenen en putten. Ze dragen amuletten of hangen uit dankbaarheid votiefgaven bij Mariakapelletjes. Tijdens de reformatie deden de calvinisten alle vormen van bijgeloof af als paapse stoutigheden. In katholieke regio’s als Brabant en Limburg zijn veel van die ‘katholieke’ gebruiken nog lang vastgehouden.

Meer informatie.