Sprekers en onderwerpen

 

Hieronder vindt u een overzicht van eerder gehouden Historische café's. De actuele hsitorische café's vindt u hier: http://www.oud-utrecht.nl/agenda.

Richard de Beer verzorgde op 8 februari 2019 een Historisch Café. Hij is specialist  in religieuze middeleeuwse gewaden en vertelt over een andere domschat: de gewaden die bisschop David van Bourgondië in de 15e eeuw aan de kapittelkerken schonk. Hoe konden ze de geschiedenis overleven, wat is er mee gebeurd, waar zijn ze gebleven?

Erik Graafstal, archeoloog bij Gemeente Utrecht, verzorgde 11 januari 2019 een presentatie over de opgravingen bij Castellum Hoge Woerd in Leidsche Rijn. Hij is nauw betrokken bij deze spectaculaire opgravingen en zijn naam was eerder verbonden aan de vondst van ‘De Meern 1’, het Romeinse schip dat nu te zien is in het museum van het Castellum.

De titel van heit Historisch Café van 14 december 2018 dat door Victor Lansink gepresenteerd werd luidde: Het Spoor en de Stad - 175 jaar spoorwegen in Utrecht.
In december was het 175 jaar geleden dat Utrecht met het spoor verbonden werd. Victor Lansink, vakspecialist beeld en spoorhistorisch medewerker bij het Utrechts Archief en co-auteur van verschillende spoorhistorische boeken, vertelt aan de hand van veel beeldmateriaal hoe de ijzeren gordel rond Utrecht de domstad to spoorweghoofdstad maakte maar de stad ook belemmerde in hoognodige uitbreidingen.

Jan Spoolder vertelde 9 november 2018 over het leven en werk van de Joodse straatfotograaf Eduard Sanders (1886-1942). Eduard Sanders werd geboren in Groningen, maar woonde en werkte van 1912 tot 1942 in en vanuit Utrecht. Hij maakte in heel Nederland foto's van boeren, burgers en middenstanders met hun gezinnen en personeel, hun woningen en hun winkels. Zij geven een uniek en nostalgisch tijdsbeeld van het Nederland van 100 jaar geleden. De nadruk zal vooral liggen op zijn levensverhaal en de vele foto's die hij maakte in de stad en provincie Utrecht.
Jan Spoolder (1963) studeerde Algemene Letteren in Utrecht met als specialisatie Geschiedenis en Cultuureducatie. Samen met Berry Meesters doet hij sinds 2013 onderzoek naar de reizende straatfotograaf Eduard Sanders en verzamelen zij zijn werk. 

Op vrijdag 12 oktober 2018 gaf Bart Seidel, rondleider bij het Gilde, een inleiding over de wijk Oog in Al. Hij nam u mee door de wijk en illustreerde dit met tal van mooie plaatjes.

Op vrijdag 14 september 2018 vertelde Arjan de Boer over verdwenen musea in Utrecht. Hij is publicist en rondleider en schrijft veel over Utrechts erfgoed voor DUIC. In 2019 gaat hij een serie maken over verdwenen musea, waarvan er meer waren dan je denkt. In dit Historisch Café gaf hij een rijk geïllustreerd voorproefje met bekende  en onbekende voorbeelden.

Op vrijdag 11 mei 2018 hield Maurice van Lieshout een lezing over het beeld van het Utrechtse studentenleven sinds 1945. Aan de hand van een groot aantal unieke beelden liet hij zien hoe het wonen, studeren, werken, actievoeren en het verenigingsleven van Utrechtse studenten de laatste 75 veranderd zijn en in sommige opzichten (vrijwel) hetzelfde zijn gebleven.
Maurice van Lieshout is publicist en eindredacteur van het Tijdschrift Oud-Utrecht en publiceerde artikelen en boeken over verschillende Utrechtse, historische onderwerpen.

2018 is het jaar van het verzet, vertelde Frank van Vree (directeur NIOD) tijdens de Nationale Holocaustherdenking op televisie. Samen met Marco Gietema is Cecile aan de Stegge auteur van het boek Vergeten Slachtoffers. De psychiatrische inrichting De Willem Arntsz Hoeve te Den Dolder tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Zij had het tijdens haar lezing van 13 april 2018 in het bijzonder over de Utrechtenaar Willem Wilschut, geboren aan de Nieuwe Gracht 4, en verpleger in het Willem Arntsz Huis te Utrecht. Zij illustreerde haar lezing aan de hand van foto's en bracht zijdelings daarbij de situatie binnen het Willem Arntsz Huis aan de orde.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog beleefden de Nederlandse psychiatrische ziekenhuizen een extreem zware tijd. Dit was in Nederland echter niet algemeen bekend. Sterker nog, in de burgermaatschappij meende men dat het in ziekenhuizen veiliger en beter toeven was dan in de samenleving. Ook Joodse mensen meenden dat zij veiliger zouden zijn in een psychiatrisch ziekenhuis dan elders in de samenleving. Het liep voor veel onderduikers helaas niet goed af.
Cecilia aan de Stegge (1957) is een psychiatrisch verpleegkundige met een doctoraalexamen in de westerse wijsbegeerte. Met deze achtergrond werkte zij ruim twintig jaar als beleidsadviseur in de (geestelijke) gezondheidszorg. Na haar promotie op de ontwikkeling van de Nederlandse psychiatrische verpleegkunde aan de Universiteit Maastricht (2012) besloot zij de lotgevallen van de Nederlandse psychiatrie tijdens de Tweede Wereldoorlog te onderzoeken.

9 maart 2018, de geschiedenis van de voormalige gemeente Zuilen vanaf de totstandkoming tot de ondergang in 1953 vanwege een gemeentelijke herindeling.
Wim van Scharenburg, een geboren Zuilenees, is sinds jaar en dag een bevlogen verzamelaar van alles wat met de Utrechtse wijk Zuilen te maken heeft. Voorts mag hij zich sinds 2009 directeur van het Museum van Zuilen noemen. Hij begon ruim 35 jaar geleden met het verzamelen van alles wat te maken heeft met de geschiedenis van deze wijk, en kwam er achter hoe rijk de geschiedenis van Zuilen wel is. Na vier boeken over dat fraaie dorpje aan de schone Vecht, twee over Werkspoor en 76 boekjes over alle straten in Zuilen, zult u begrijpen hoeveel spreker af weet van deze wijk.

De 19e eeuw kenmerkt zich door bevolkingsgroei en de opkomst van industrie die werd geschraagd door wetenschap en transport. De gezondheidszorg blijft achter bij deze ontwikkelingen. De gemeentelijke overheid neemt daarin uiteindelijk het initiatief, maar wel na jarenlange aarzeling. Hoe dat allemaal in zijn werk ging werd duidelijk door de inleiding op 9 februari 2018 van Bert Poortman over de watervoorziening van de stad.

Wat is de betekenis van de jaarkroniek van Oud-Utrecht? Ieder jaar zit die bij het jaarboek van Oud-Utrecht als bijlage, de jaarkroniek. Wist u bijvoorbeeld dat met behulp van de jaarkroniek door een bijzondere werkgroep waarin door het Utrechts Archief en de gemeente Utrecht onderzoek wordt gedaan naar hotspots? Maar wat zijn hotspots eigenlijk en zijn die ook terug te vinden in de Utrechtse jaarkroniek? Hebben hotspots ook effect op wat wordt bewaard van onze Utrechtse geschiedenis? De samensteller van de jaarkroniek, Frank Kaiser, lichte dit 12 januari 2018 toe in dit Historisch Café. Uitgangspunt was de jaarkroniek van 2013.

Peter Sprangers, actief bij de Historische Kring Tolsteeg-Hoograven, gidste u 8 december 2017 door het grootse verleden van het Rotsoord tussen 1700 en 1800. We traden binnen als gast en ervoeren als een echte Van Oort de lusten en de lasten van een buitenplaats langs de Vaartsche Rijn. U kreeg zicht op de rijke en de arme kant, maar ook op de gestoorde en de slimme kant. Over dit onderwerp werd eerder een expositie gehouden waarin de bezoeker inzicht kreeg in het welen wee rond deze – vroegere – buitenplaats. Hoe fortuinlijk kan een octrooi op het namaken van marmer zijn? Was de uitmuntende Utrechtse wapenproductie verweven met de export van keramiek? De gebroeders Van Oort voorzagen paleis Wilanow van een fabelachtig tegelkabinet!

Jeremias du Chemin vluchtte als Franse Hugenoot naar Nederland en begon aan de Vaartsche Rijn een populaire herberg. Een brug, een spoorweghalte en een straat kregen zijn naam. De brug is verhuisd naar het Máximapark en de halte keerde terug als station Vaartsche Rijn. Geschiedenis van de brug (en de verplaatsing), de halte en de buurt zijn vastgelegd in het boekje Jeremie in Utrecht. Auteur Kees Visser vertelde er 10 november 2017 over.

Maria de Bruijn, bestuurslid van het Utrechts Geveltekenfonds, 13 oktober 2017 over het werk van deze in 1977 opgerichte stichting. Om interesse te wekken voor geveltekens inventariseert en documenteert het fonds geveltekens in de provincie, publiceert daarover en stimuleert restauratie en herplaatsing van beschadigde c.q. verdwenen geveltekens.

Op vrijdag 8 september 2017 sprak Marijke van Dorst, biografe van C.C.S. Crone, over deze Utrechtse schrijver (1914-1951) en zijn contacten met schrijvers, beeldend kunstenaars en musici in de Domstad. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw waren onder anderen Jan Engelman, dr. P.H. Ritter jr., Dick van Luijn, Laurens Tuynman en Wouter Paap belangrijk voor Crones ontwikkeling als schrijver dan wel inspireerden zij hem op andere wijze.

De bijeenkomst van 12 mei 2017 ging over de initiatieven om de geschiedenis van het Domplein zichtbaar te maken.

In het Historisch Café van 14 april 2017 stond de film 'Hoe het zou kunnen zijn' van Matthijs Bosman centraal. Een korte speelfilm over de Amsterdamsestraatweg. waarin een man na 25 jaar terugkeert naar zijn geboortegrond.
Het historisch café begon met een korte introductie door Anna Vlaming over de Amsterdamsestraatweg. Na de film ging Wilbert Smulders in gesprek met regisseur Matthijs Bosman over de film.

Cor van Ingen had het 10 maart 2017 over de verschillende functies van gevelstenen door de eeuwen heen. Pas begin 19e eeuw toen Nederland onder het Franse bewind van Napoleon viel, werden huisnummers en straatnamen ingevoerd. Deze huisnummers en straatnamen zorgden eindelijk voor wat ordening in de wirwar van kronkelende straatjes in de binnensteden. Voor de komst van de huisnummers hadden de gevelstenen  deze functie van ordening op een kleurrijke, maar misschien ietwat minder efficiënte manier. Naast wegwijzers en aanduidingen van winkelpanden functioneerden de gevelstenen ook als een vorm van reclame of aanduiding van van een religieuze of politieke overtuiging. Orangisten hadden bijvoorbeeld vaak oranjeappels in hun gevelsteen verwerkt. Ook heuglijke feiten, zoals het succes van de Nederlandse vloot, kon een aanleiding vormen voor een gevelsteen.

Vanaf augustus tot oktober 1566 raasde een storm van vernielingen door de kerken van de bisdommen van de Nederlanden. Het duurde nog tot 1580 toen ook de Nederlandse Kapittelkerken aan de beurt kwamen. Met die beeldenstorm kwam er een eind aan de macht en het prestige van Utrecht, tot dan de meest toonaangevende stad van de Noordelijke Nederlanden. Met de val van de bisschopsstad was het ook gedaan met de 1000-jarige alleenheerschappij van de Katholieke kerk. Utrecht overleeft een bijna-burgeroorlog, kerken worden verwoest, het Domplein wordt een puinhoop…..Nederland wordt een calvinistische staat- Het duurtbijna 300 jaar voordat Utrecht weer opbloeit en de bisschop weer de mis mag opdragen. Maar nog steeds niet in de Dom!
Joop Swieringa, gids bij het Gilde Utrecht, en in het bijzonder geïnteresseerd in de verwevenheid tussen de politieke en kerkelijke geschiedenis van Nederland, nam u 10 februari 2017 mee in dit spannende, soms bizarre en misschien wel meest ingrijpende verhaal uit de geschiedenis van Nederland.

'Ondanks hun dappere rol in het verzet', was de titel van het Historisch Café van 13 januari 2017 door Jos van Dijk. Over de politieke context na de oorlog, het isolement van de CPN en als case de reacties op de gebeurtenissen in Hongarije in november 1956 waartoe ook de hetze behoort die zich in Utrecht afspeelde door de actie van Russische troepen in Hongarije.
Socioloog Jos van Dijk (1947) is, naast zijn docentschap, de auteur van het boek Dit kan niet, dat mag niet (2007) over de beperkingen in Nederland van de uitingsvrijheid. Hij was van 1975 tot de opheffing lid van de Communistische Partij Nederland. Sedert de opheffing van de CPN is hij verbonden aan de Stichting tot Beheer van de Archieven van de CPN.

Filosoof en literatuurhistoricus Niels Bokhove vertelde 9 december 2016 onder de titel 'Reconstructie van een reconstructie. Dada in Utrecht in 1923' hoe drie jaar geleden de heropvoering van de beruchte Dada-soiree in het gebouw van K&W tot stand kwam. De succesvolle voorstelling vond plaats ter viering van het 90-jarige bestaan van de Vereniging Oud-Utrecht in 2013.

Bob Lodewijks en Ronald Elink Schuurman 11 november 2016 over de Amsterdamse School in Utrecht. Zij bespraken de factoren die van invloed waren op het ontstaan va die stijl in de Utrechtse architectuur.

Marijke van Dorst en Margriet Hoogendoorn spraken 14 oktober 2016 over de twee Utrechtse schrijfsters Adele Opzoomer, pseudoniem A.S.C. Wallis, en Johanna van Woude, beiden in hun tijd zeer geliefd en veel gelezen. Beide vrouwen leidden ook een bijzonder leven.

Spreker 9 september 2016 was Bert Jaski, conservator handschriften bij de Universiteitsbibliotheek. In samenwerking met de Universiteitsbibliotheek Utrecht organiseerde Museum Catharijneconvent een tentoonstelling over de heilige geschriften Tanach, Bijbel en Koran. Centraal stond de omgang met en de verering van het goddelijke woord van de drie monotheïstische wereldreligies jodendom, christendom en islam.

Op vrijdag 13 mei 2016 vertelde Bert Poortman over de correspondentie van horlogemaker Jochem Langerak (1720-1813) en de manier waarop die gevonden is. Bert Poortman is actief betrokken bij de historie van het Ridderschapkwartier en bij de Utrechtse Stichting voor het Industrieel Erfgoed.

Mevrouw dr. E. den Hartog is als docent verbonden aan de Universiteit Leiden. Zij houdt zich onder meer bezig met beeldhouwkunst en architectuur in de Middeleeuwen. Zij hield zich bezig met het opzetten van een onderzoeksproject over gotisch gebouwsculpturen. Voorts is zij coördinator van een reeks hoorcolleges over de specialisatie van de Mediëvistiek.
Haar voordracht ging 8 april 2016 over de bouwsculptuur van de Utrechtse Dom, naar aanleiding van het zojuist verschenen boek. Zij zal vooral inzoomen op de buiten- en binnenkant van het koor en het kloosterpand. Daarbij is zij ingegaan op wat origineel is en wat negentiende of twintigste-eeuws. Verder kwam aan de orde of er aan de oorspronkelijke middeleeuwse sculptuur een eventuele boodschap verbonden is.

Dr. Rendel de Jong is als docent en onderzoeker verbonden aan de afdeling Sociale en Organisatiepsychologie van de Universiteit Utrecht. Hij sprak 11 maart 2016 over de “Wandkleden in de Aula (Utrechtzaal) en de makers hiervan”. Niet iedereen kent de leeftijd en de herkomst van de zeven wandkleden (“gobelins”) in de Aula van het Academiegebouw. Zij kwamen grotendeels tot stand in de dertiger jaren van de vorige eeuw, met de nodige  problemen in de planning en in de samenwerking tussen de opdrachtgevers, de ontwerpers en de diverse toezichthouders.
De wordingsgeschiedenis van de werken is besproken vanuit het perspectief van de cultuur van het interbellum en vanuit organisatiepsychologische visies op het effectief werken in teams. Daarbij kwamen de achtergrond en het overige werk van de ontwerpers aan de orde. Beiden waren lid van de Pulchri Studio, reeds prominent in de bloeitijd van de Haagsche school, en van de meer op avant-garde gerichte Haagsche Kunstkring. Willem van Konijnenberg (1868-1943) schijnt in het interbellum (ook door zichzelf) als de grootste Nederlandse kunstkenner beschouwd te zijn. Hij was dan ook leermeester van H.M. Koningin Wilhelmina. De één generatie jongere Christiaan de Moor (1899-1981) was een veelzijdig kunstenaar. Hij was ook schilder, tekenaar, keramist en ontwerper van geweven stoffen en van postzegels, net als Van Konijnenberg.

Dick van Dijk is beiaardier en betrokken bij de Utrechtse Klokkenspel Vereniging en het Utrechts Klokkenluiders Gilde sprak 12 februari 2016. Het unieke van Utrecht is dat er zoveel kerken en klokken zijn. Klokken vertellen verhalen. Spreker verzamelde bekende en onbekende gedichten over klokken, carillons en andere klokjes. Zo hebben wij bijvoorbeeld de Papklok van het Bartholomeus Gasthuis, die iedere dag in de Middeleeuwen om twaalf uur aangaf dat het tijd was om pap te gaan eten.

Peter Sprangers, secretaris van de stichting Historisch Kring Tolsteef-Hoograven en auteur, sprak 8 januari 2016 over de industrialisatie rond het Merwedekanaal in de periode 1914-1954. Het gebied zal de komende 10 jaar een algehele metamorfose ondergaan als gevolg van woningbouw en andere projecten. 

Op vrijdag 11 december was de beurt aan Fons van den Broek. Hij hied een inleiding over katholieke emancipatie en culturele innovatie in Utrecht tussen 1920 en 1940.

Op vrijdag 13 november 2015 sprak Katrijn Kuypers, kosteres van de Utrechtse Pieterskerk, over inhoud en ontstaan van het stripboek De halsdoek van Cunera. Het boek schetst drie mogelijke versies van het levensverhaal van deze heilige, stadspatrones van Rhenen.

Op vrijdag 9 oktober 2015 hied de kunsthistoricus Jan van Tongeren een lezing over 'Het Catharijnecomplex in het begin van de 16e eeuw. Een staalkaart van laat-Brabantse Gotiek en vroege Renaissance'.

Op vrijdag 11 september 2015 sprak historica Ester Smit over Romeinen rondom het Domplein (ook de titel van een boek dat ze over de Romeinen schreef). Ze vertelt over hun leven, hun manier van wonen en over wat ze aten.

Bert Poortman sprak 10 april 2015 over de overgang van koetshuizen naar garages. Deze historie is zichtbaar in panden in de binnenstad. In de Ridderschapstraat staan twee van de oudst bewaard gebleven garages en een tweetal koetshuizen. Koetshuizen en garages hebben uiteraard veel te maken met de voertuigen van onze mobiliteit, maar nog meer met speeltjes van de rijken. Alleen ging dat heel anders dan we zouden denken.
Bert Poortman (1956) heeft de historie van het Ridderschapkwartier van Utrecht in kaart gebracht, de omgeving van de Plompetorengracht en het Wolvenplein. Verhalen hierover zijn verschenen op het blog Ridderschapkwartier. Verder is hij actief in USINE, de Utrechtse Stichting voor het INdustrieel Erfgoed. Voor USINE heeft hij het boekje Van koetshuizen tot garages geschreven, het is uitgekomen op monumentendag 2014. In de Ridderschapstraat staat nog een origineel bewaard gebleven koetshuis, nu kinderdagverblijf. In 1904 begon Anton Immink een smederij voor het vervaardigen van automobielen op Ridderschapstraat 1. Tien jaar later werd Ridderschapstraat 8 gekocht door de U.T.A.M., een taxibedrijf en verhuur van automobielen. De koetshuizen in de straat, in totaal vijf stuks, kregen inmiddels allen een andere bestemming. Dat kwam niet door die nieuwe auto, die was voor de meesten onbetaalbaar. Maar waardoor kwam dat wel?

Pieta van Beek (1958) is wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht en de Universiteit van Stellenbosch (Zuid-Afrika). Zij gaf jarenlang onderwijs in de Klassieke en Nederlandse talen (o.a. Afrikaans) op school en universiteit.  In 1997 promoveerde zij op de Opuscula Hebrea Graeca et Gallica, prosaica en metrica van Anna Maria van Schurman en in 2004 verscheen “De eerste studente - Anna Maria van Schurman (1636)".
Nog altijd staat er in de schoolboeken dat Aletta Jacobs de eerste studente in Nederland was. Maar alt tien jaar geleden verscheen “De eerste studente: Anna Maria van Schurman (1636), Utrecht Matrijs en Utrecht Universiteit, 2004”. Dat boek belicht op grond van de bronnen in het Grieks, Latijn en Hebreeuws de geleerde Anna Maria van Schurman en haar intellectuele banden met Utrecht, Nederland en Europa en toont ook aan dat zij de eerste studente in Utrecht, Nederland en in Europa was. Het boek beleefde een tweede druk en er verscheen een Engelse vertaling die ook gratis digitaal te verkrijgen is: The First Female University Student: Anna Maria van Schurman (1636).
Het boek inspireerde onder andere ook tot een tentoonstelling van Sabine van den Berg (Franeker, 2207), tot een jeugdroman “Slimmer dan iedereen" (verschijnt in 2015), en tot verzoeken om te werken aan een serie van de BBC: "Women artists of the 17th century”. Afgelopen jaar startte de serie Schurmanniana waarin onbekende documenten van Van Schurman het licht zien (1. “De Deo, over God, een onbekend florilegium” (ca. 1625); “Uw lieftallige brief”, een onbekende brief van haar aan Johannes Vollenhove (1668); “Verslonden door zijn Liefde”, een onbekende brief aan Petrus Montanus (1669). En toch is de kennis over de geleerde Van Schurman in Nederland niet wijd en zijd verbreid.

In het Historisch Café van 13 maart 2015 heeft zij niet alleen stilgestaan bij dat verschijnsel, maar ook de banden van de geleerde Anna Maria van Schurman over Utrecht en haar internationale allure aan de hand van de meest recente ontdekkingen belicht.

Mevrouw Louise van den Bergh-Hoogterp, kunsthistorica, sprak 13 februari 2015 over het ambacht van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Utrechtse zilversmeden. In 1990 promoveerde zij op een proefschrift, handelend over Goud- en zilversmeden te Utrecht in de late middeleeuwen. Van 1981 tot 2002 was zij lid van de Society of Jewellery Historians te Londen. Voorts was zij gastconservator van het Centraal Museum te Utrecht en maakte zij deel uit van het Bestuur van de Vrienden van het Catharijneconvent. Sinds 1997 is zij lid van de Redactiecommissie van de Nederlandse Zilverclub. Zij publiceerde in 2011, in het Jaarboek van de Zilverclub, over de Utrechtse zilversmid Nicolaas Verhaer (werkzaam van 1710 tot 1740). Momenteel is haar onderzoek gericht op Utrechtse goud- en zilversmeden in de 17e en 18e eeuw.

Mevrouw Tineke Barreveld studeerde binnenkunstarchitectuur aan de Kunstacademie in Rotterdam. Haar interesse ligt met name op het terrein van de architectuurgeschiedenis. Voorts geeft zij rondleidingen en verzorgt zij met Mevrouw Els Jimkes de architectuurcursus bij het Gilde Utrecht. Zij sprak op 9 januari 2015 over de Arts and Craftsmovement in Engeland en de invloed die deze beweging heeft uitgeoefend op onder andere de architectuur, in het bijzonder de Jugendstil. Vervolgens heeft zij de specifieke kenmerken van de Jugendstil uitgelegd aan de hand van een aantal panden aan onder andere de Steenweg, de apotheek aan de Voorstraat en het Siebelgebouw.

Op 3 december 2014 vertelde ons lid, publicist en stadsgids Rob Hufen Hzn over drie generaties edelsmeden Brom. Zij schiepen in Utrecht vanaf 1856 kunstwerken voor kerk en maatschappij; in 1898 vanuit hun nieuwgebouwde 'kunstfabriek' achter hun woning aan de Drift 15, waarvan de fabrieksschoorsteen aan de Keizerstraat nog rest.
De 'knechten' waren vaak als leerjongen bij Brom opgeleid en binnen de feodale bedrijfscultuur maakten ze, in anonimiteit, profane werken, zoals het ere-zwaard voor generaal Eisenhower, sieraden, de kroonluchters in het paleis te Amsterdam, kunstwerken op drie cruise schepen en de gouden muze aan onze schouwburg. Maar ook honderden kerkelijke voorwerpen, waaronder vele monstransen en kelken, meer dan manshoge doopvonten, reliekschrijnen, kandelabers, koorhekken, preekstoelen en votieflampen.
Jan Eloy en Leo Brom mengden zich in het Utrechtse kunst- en kunstenaarsleven en werden notabele lieden. Leo redde het Utrechtse Kunstliefde  van een faillissement, maar veroorzaakte tevens een arrest van de Hoge Raad over een voorwerp uit de eerste eeuw na Christus: 'De Kantharos van Stevensweert'. Hun zus Joanna- en echtgenote Hildegard Brom produceerden kleurrijke emailles en paramenten.
Tot slot overhandigde Rob Hufen het eerste exemplaar van zijn lijvige biografie Meesters voor God en Kerk. De familie Brom, hun edelsmidse en knechten aan de voorzitter van de Vereniging Oud Utrecht, Heins Willemsen.

Op vrijdag 14 november 2014 vertelde Maurice van Lieshout, publicist en eindredacteur van het Tijdschrift Oud-Utrecht, aan de hand van unieke foto's en bijzondere verhalen over de 140-jarige geschiedenis van Maatschappij Zandbergen in Amersfoort. Zandbergen staat aan de wieg van de moderne pleegzorg en andere vernieuwingen in de zorg voor misdeelde en problematische jeugdigen. Op 9 oktober is het boek Thuis bij Zandbergen - 140 jaar jeugdzorg verschenen als resultaat van zijn onderzoek.

Peter Sprangers, secretaris van de Historische Kring Hoograven, sprak op vrijdag 10 oktober 2014 over Scheepsbouw aan de Vaartse Rijn van 1600 tot 1800. Opeenvolgende generaties meester-scheepmakers hebben tussen 1600 en 1800 op enkele wer- ven langs de Helling zo'n 1.000 houten schepen gebouwd. Een groot deel werd door de belangrijke houthandelaren van Utrecht gebruikt voor de vaart op Keulen.

Op vrijdag 12 september 2014 hield historicus Armand Heijnen een inleiding over 375 jaar Botanische Tuin Utrecht: begonnen op bol- werk Sonnenborgh als didactische tuin voor geneeskundestudenten en vervolgens verhuisd naar Nieuwegracht/Lange Nieuwstraat en later naar Fort Hoofddijk in de Uithof.

Vrijdag 13 juni 2014 was Els Jimkes-Verkade, kunsthistoricus en rondleider in het café en sprak over de Willebrorduskerk in de Minrebroederstraat 21 in Utrecht (1876-1990).

Utrechtse Heuvelrug

Vrijdag 9 mei 2014 behandelde Annet Werkhoven, historicus en auteur, het thema 'Eten van de Heuvelrug’. Ze ging in op vragen als: Wat aten de jagers en verzamelaars op de Heuvelrug, hoe komt het dat daar zoveel imkers en schapen zijn, wat hebben duiventorens, ijskelders en sprengen met eten te maken? Maar ook: waar kunnen we nu gezond en lekker eten of regionaal gekweekte groente krijgen?

Vrijdag 11 april 2014 vertelde Go Bruens, architectuur-historicus en rondleider, over de woningbouw in de jaren dertig van de vorige eeuw binnen de singels van Utrecht. Aan de hand van een aantal voorbeelden in de stad verhaalde zij over wie er bouwden, wat er gebouwd werd en wat de rol van de gemeente hierin was.

Vrijdag 14 maart 2014 sprak Bettina van Santen, adviseur architectuurhistorie bij Stads Ontwikkeling Erfgoed van de gemeente Utrecht over Toonbeelden van de wederopbouw in Utrecht (periode 1940-1970).

Vrijdag 14 februari 2014 sprak landschapsarchitect Marlies van Diest onder de titel: Retourtje Utrecht-Amsterdam over de openbare ruimte in de binnensteden van Utrecht en Amsterdam. In beide steden heeft de gemeenteraad in 2000 een openbaar ruimteplan vastgesteld dat in 2015 tot een samenhangende inrichting voor de gehele binnenstad moet leiden. Van Diest, die bij beide plannen betrokken is, maakt de balans op van de resultaten tot nu.

De eerste spreker in 2014, op vrijdag 10 januari, was Jean Penders, bouwhistoricus en coördinator van documentatie.org. Onderwerp van zijn lezing: 'Panorama 1870', een fotoserie gemaakt door W.C. van Dijk van de Utrechtse binnenstad gezien vanaf de Domtoren.