Joeri Vermeulen

Utrecht dada 2013

Voor een uitverkochte zaal - 220 mensen! - vond zondagmiddag 20 oktober jongstleden in het Gebouw voor K & W de opvoering plaats van de zo getrouw mogelijke reconstructie van de roemruchte Utrechtse dada-soirée begin 1923 in hetzelfde gebouw. Nadat de lange rij bezoekers binnen was ontrolde zich een voorstelling die voor hun ongetwijfeld verrassend is geweest.


Vooral de kreten die de zogenaamde claqueurs (van tevoren geïnstrueerd publiek) vanuit de zaal op de acteurs op het podium loslieten zal niet iedereen evenveel gewaardeerd hebben. Sommigen van hen kregen van hun buurman of -vrouw zelfs te horen dat ze hun mond moesten houden! Heel mooi was het moment waarop de claqueurs zoals gepland het Wilhelmus aanhieven. Een deel van het 'gewone' publiek deed spontaan mee, enkele rijen gingen zelfs staan!

Ondanks die geplande verstoringen brachten de acteurs en de pianiste - die er uiteraard op voorbereid waren - het er goed vanaf. De Nederlandse 'gelegenheidsdadaïst' Theo van Doesburg, gespeeld door Boris van den Wijngaard, deed de aftrap met een lange monoloog over wat dada nou eigenlijk is en kwam vooral aan het slot weer uitgebreid aan het woord met enkele poëtische teksten. Daartussen was de Duitse dadaïst Kurt Schwitters, vertolkt door Jasper Buffing, te zien en te horen met de merkwaardigste teksten (onder andere letter- en cijfergedichten) en stemcapriolen, soms zichzelf begeleidend met een rateltje en een rondgeslingerd windharpje. Hij had het extra moeilijk, want hij moest alles ook nog eens in het Duits brengen. Mooie rustpunten waren de optredens van Rosanne Pijfers als pianiste Nelly van Doesburg: prachtige vertolkingen van drie beestenmarsen van Vittorio Rieti, van een stuk van Chopin bij een optreden van Schwitters en tot besluit Erik Satie's 'Ragtime Parade', voor de gelegenheid indertijd omgedoopt in 'Rag-Time-Dada'.

De faam of beruchtheid van de Utrechtse soirée is te danken aan de interruptie die vier Utrechters uit het culturele circuit in 1923 hadden bedacht: een spontaan huldeblijk aan Schwitters. Kort voor de pauze gingen plotseling de zaaldeuren open en trad een in het zwart geklede man met hoge hoed binnen, gevolgd door twee mensen die een twee meter hoog staketsel volgehangen met allerlei rotzooi binnenbrachten, vergezeld een oude grafkrans. De humorist, gespeeld door Ludo van den Winkel, las een onzintekst voor en verdween weer. Een van de huldebrengers, toenmalig journalist Cor Schilp, in de gedaante van AD/UN-journalist Bert van den Hoed verontschuldigde zich voor de onrust die dit goedbedoelde intermezzo had veroorzaakt. Enkele 'studenten' op het balkon kaapten het staketsel, gebouwd door Wim van Oudheusden, van het podium en sjouwden het al joelend naar de balkontrap.

Geheel in dada-geest eindigde de voorstelling nogal abrupt: Nelly verliet na haar spel het podium, geen van de acteurs kwam terug om te danken. Het publiek bleef in verwarring achter - en dat was ook de bedoeling. Regisseuse Charlotte Roels had ook dit detail niet over het hoofd gezien. Hulde speciaal voor haar, want het was geen makkelijke regie.

Na afloop was er in de foyer een besloten bijeenkomst voor alle medewerkers en genodigden. Annemiek Roessen, voorzitter van de lustrumcommissie, dankte alle spelers en medewerkers uitgebreid voor hun inzet. Tot slot sprak de bedenker en maker van de reconstructie, Niels Bokhove, zijn dank uit aan met name Wim Deijkers en Maurice van Lieshout: zij haalden hem er indertijd bij en zo zag hij zijn persoonlijke droom na zes jaar toch nog gerealiseerd.